|
Projecten, landen en publicaties
Veel geofictici bedenken één geofictieve entiteit (meestal een land) en
ontwikkelen die gedurende een lange periode zelf. Sommige geofictici
houden er meerdere landen op na en laten die soms met elkaar
interacteren. Andere geofictici vinden het leuk om met hun eigen land
interactie te bedrijven met andere geofictieve staten; soms vindt dit
plaats in een met regels gestructureerde omgeving, waardoor er een soort
spel of project ontstaat. Hiervoor moeten de landen onderling
bereikbaar zijn; over zee of over land. Vooral dat laatste is altijd
aanleiding voor allerlei verwikkelingen, maar dat is juist de bedoeling.
Ieder land heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen, afhankelijk
van de ligging, grootte, inwonertal, welvaartspeil, cultuur, soort
landschap, etc.
Een
interactieproject is een wat zwaar woord voor een samenwerkingsverband
van een aantal geofictici. Hun landen liggen op dezelfde planeet (een
verzonnen planeet of gewoon op aarde), dus kunnen die landen aan elkaar
grenzen, betrekkingen met elkaar hebben, oorlog voeren, kortom: invloed
op elkaar uitoefenen. Schrijven of vertellen over je eigen land is leuk,
maar schrijven over andermans land kan nog veel leuker zijn! In feite
vormen de landen van een interactieproject samen één nieuwe, grotere geo
(een continent, een verdragsorganisatie of een planeet). De landen zelf
maken natuurlijk een geschiedenis door, maar het grotere gebied ook,
omdat er niet alleen van alles gebeurt binnen de landen, maar ook tussen
de landen. Net als in het echt hier op aarde.
Voor elk
land zullen er gebeurtenissen zijn die alleen plaats kunnen vinden omdat
er andere landen zijn. Naast de eigen ontwikkeling moet ieder land
immers ook reageren op wat andere landen doen, of zouden kunnen doen.
Zonder andere landen is bijvoorbeeld export of oorlog niet mogelijk. En
omdat iedereen vanuit het 'eigen' land zit te sleutelen aan het geheel,
ontstaat een geschiedenis voor het geheel en krijgt ieder land een
rijkere geschiedenis dan zonder andere landen mogelijk zou zijn. Je kunt
in zo'n interactieproject met je eigen land dus ook nooit helemaal je
eigen gang gaan. Medespelers kunnen immers meesleutelen aan je land. Dat
is even wennen. Maar het is ook uitdagend, want je mag je ook met landen
van anderen bemoeien. Meestal zijn er wel spelregels nodig, om te
bepalen hoe ver je mag gaan om iets in andermans land te laten gebeuren.
Als dit geregeld is en als de deelnemers over een fikse dosis humor
beschikken, kunnen de kaarten worden getekend en kunnen de
gebeurtenissen beginnen. De interactie kan vrij serieus zijn, alsof het
om echte, aardse landen gaat (verdragen, sport, cultuur, politiek,
economie e.d.), maar ook heel ludiek, qua namen, staatsinrichtingen,
schandalen en andere ontwikkelingen. Vaak wordt hiermee tegelijkertijd
de spot gedreven met de werkelijkheid.
Op deze
website vindt u meer informatie over de landen
Karstonia,
Île de Romanhe en
Thallum.
Er bestaan verder (in ieder geval) twee wiki-websites waarop meerdere
landen beschreven worden: de
Isselse Geofictiewiki en
Geopoeia.
Andere landen, zoals Vanirn,
hebben eigen websites.
PROJECTEN
de Aardse Geofictieve Liga (AGL). Een politiek, cultureel en
economisch samenwerkingsverband van vijf landen die op diverse plaatsen
op aarde liggen. De AGL werd opgericht op 2 maart 1986 en kende door de
jaren heen een wisselend aantal leden en een wisselende mate van
activiteit. De huidige lidstaten zijn (sinds 23 juli 2013) de
republiek Chimor, de republiek Île de Romanhe, het koninkrijk
Insulantis, het koninkrijk Issel, het koninkrijk Karstonia, het koninkrijk Kronenburg, het
koninkrijk der Mii-Eilanden, de republiek Norland, de volksrepubliek
Palana, het koninkrijk Seppië en de republiek der Vosken en Gurden. De
prins-regentiële bondsstaat Eiðís-Gøta en de republiek Liga hebben in
oktober 2014 resp. januari 2015 het lidmaatschap van de AGL aangevraagd. Meer informatie over de AGL en de lidstaten vind je op
de
AGL-website en op de door Issel beheerde
Geofictie-Wiki.
Aota.
Het Aota-project ging van start in 2004 en heeft tot nu toe drie
deelnemers, verdeeld over drie continenten en een gezamenlijk continent,
dat de bakermat vormt van een groot deel van de beschavingen op de
andere drie continenten. Het doel is vrij simpel: het ontwikkelen van
een planeet met als einddoel het bedrijven van interactie. Momenteel
verkeert Aota nog in een ontwikkelingsfase, waarbij iedere deelnemer de
gelegenheid krijgt om eens per kwartaal een thema-gerelateerd artikel
over zijn continent te publiceren. Doordat de deelnemers ook aan andere
projecten werkten, is er recent niet veel gebeurd in Aota.
Ārdra.
Na het einde van Thalassa besloot een aantal deelnemers daarvan in 2011
een nieuw project op te starten: Nywal. De setting van dit project werd een
stuk kleinschaliger en behelst een kleine groep eilanden die het restant
zijn van een groter continent, dat door een grote ramp drie millennia
eerder grotendeels onder water is komen te staan. Hoewel er grote
vorderingen gemaakt werden met Nywal, werd de streep er doorgehaald en
werd het project Ārdra op poten gezet. De setting hiervan is een door
een technologisch hoogbeschaafde moederplaneet gekoloniseerde
buurplaneet die, nadat het contact met de moederplaneet om een onbekende
reden werd verbroken, verviel tot een soort laat-middeleeuwse
beschaving, met echter tal van anachronismen.
Meer informatie is te vinden op
http://www.geopoeia.net/wiki/Ārdra_(portaal).
Pangeo.
Dit ludieke project speelt zich af op het continent Caire op een niet
nader gedefinieerde planeet. Het ging van start op 1 september 1996 en
werd per 1 januari 2007 beëindigd. Van de actieve projecten die
binnen het GvG bestaan hebben, is Pangeo veruit het langst lopende. De
uitdaging van Pangeo is een chronisch gebrek aan winbare metalen; in een
setting die vergelijkbaar is met de periode 1899 - 1930 op aarde, levert
dit een aantal opmerkelijke verschillen op, omdat een Industriële
Revolutie zoals die in de negentiende eeuw op aarde plaats had, zich op
Caire in veel mindere mate of op een andere manier voltrok. Alhoewel
humor in het project de boventoon voert, ligt er ook nadruk op het
bedenken van alternatieven voor wapens, machines, spoorwegen e.d. die op
aarde niet zonder metaal kunnen.
Thalassa.
Thalassa was het opvolgerproject van Pangeo en duurde van 2007 tot 2010.
'Opvolgerproject van Pangeo' is overigens wellicht geen goede benaming:
weliswaar doet er een aantal mensen aan mee die ook aan Pangeo hebben
deelgenomen en zijn de regels grotendeels overgenomen, qua opzet is het
de bedoeling dat het project niet al te veel op Pangeo zal lijken. Een
belangrijke regel die niet is overgenomen is de afwezigheid van winbare
metalen: bij het Thalassa-project zijn er ruim voldoende metalen
aanwezig, alleen natuurlijk niet in elk land. Het is gesitueerd rond een binnenzee ('Thalassa'),
omgeven door een reusachtig continent op een planeet die in het algemeen
kouder is dan de aarde. Aan de andere kant van de planeet bevinden zich
mogelijk ook nog zeeën, maar die zijn onbereikbaar vanwege het klimaat,
dat grote delen van het continent onbegaanbaar maakt, hetzij door
extreme kou (rond de polen), hetzij door extreme hitte (rond de evenaar). Aan het begin
van het project liep Thalassa wat betreft technische ontwikkeling
ongeveer gelijk op met het jaar 1836 in de westerse wereld
op aarde.
Verbond van Fictieve Staten. Het V.F.S. werd in 2006 opgericht
teneinde de culturele uitwisseling tussen de aangesloten landen te
bevorderen. Het secretariaat van het verbond is gevestigd in het te
Marckfontänn (Karstonia) gelegen Mård-Instituut en coördineert de
activiteiten van het verbond. Het Mård-Instituut werd op 1 juni 1990
opgericht en is vernoemd naar de voormalige Karstoniaanse minister
Alexander Mård. Het doet onder andere internationaal onderzoek naar de
relaties tussen (fictieve) staten. Voorzitter van het instituut en
tevens secretaris-generaal van het verbond is Vöi Jüüksed (1945).
Andere projecten waren
Geoforum, Geopolis, Honua Nei en Secran.
PUBLICATIES
Het
Genootschap voor Geofictie brengt vier keer per jaar het verenigingsblad
Fantas uit. Tot op heden zijn er
ruim 140 nummers verschenen. De leden
van het genootschap leveren zelf kopij, maar ook staan er soms
achtergrondartikelen over geofictie in het blad als ook huishoudelijke
zaken over de vereniging zelf. Interactieprojecten brengen daarnaast
vaak eigen periodieken uit, zoals De Pangeograaf (Pangeo),
Mouqdref i Labzekunt Fravjispu of MLF (Aota, verschijnt
alleen elektronisch, op pdf-formaat) en De Ys-Tijden
(Thalassa).
De
AGL
publiceert na bijna elke Conferentie de AGL-Echo in de Fantas. Ook maken
leden van het GvG zelfstandig tijdschriften en/of informatiebulletins
over hun landen. Voor de meeste projectperiodieken geldt, dat je
deelnemer moet zijn om het blad te ontvangen.
|